Destijds viel Zierikzee onder het bestuur van een graaf, vandaag de dag zouden we bestuurder zeggen. Tijdens de bouw van het Gravensteen was Keizer Karel V Graaf van Zeeland. Zeeland was maar een klein stukje van zijn enorme rijk. Hij was landsheer van alle Nederlandse gewesten, was koning van Spanje en Rooms-Duits keizer. Karel V had zijn handen vol aan het immense rijk en had maar weinig tijd voor Zeeland. Daarom had hij ambtenaren aangesteld voor het bestuur: een Stadhouder, letterlijk plaatsvervanger, voor Holland en Zeeland. In Zierikzee stelde de graaf een baljuw aan, een soort officier van Justitie en een rentmeester die de belasting inde. De baljuw stelde een schout aan die als politiecommissaris werkte voor de burgemeester en de schepenen. De baljuw had zijn kantoor in het Stenen gebouw van de Graaf, ook wel het Steen of Gravensteen genoemd. De burgemeester en schepenen hadden een eigen stadhuis in de Meelstraat.
De muurankers van het Gravensteen van links naar rechts de keizerskroon, het Bourgondische Kruis, de dubbelkoppige adelaar van de keizer van het Heilige Roomse Rijk en rechts twee met Lelies van de Hertog van Bourgondië.
...
Het oude huis van de graaf, dat aan de westkant van de stad lag, was in verval geraakt en voldeed niet meer aan de eisen. Er werd daarom in 1524 gestart met de bouw van een nieuw Gravensteen op de plek waar een gevangenis stond. Alleen delen van de zijmuren van het oude gebouw konden worden gebruikt voor het nieuwe Gravensteen. In totaal werden er 242.500 bakstenen verwerkt. Aan de trapgevel zitten verschillende fraaie sierankers die zijn afkomstig uit Mechelen waar kundige ijzersmeden werkten.
In 1526 werd het nieuwe Gravensteen opgeleverd. De ambtenaren van de graaf en stadsbestuurders konden van hieruit hun werk gaan uitvoeren. De Baljuw en zijn ambtenaren werkten op de begane grond, waar ook de vierschaar of strafrechtbank gevestigd was. In 1512 kreeg het stedelijk gerecht van Zierikzee toestemming van de graaf om namens hem voortaan recht te spreken voor zware delicten. Ze trokken op de zittingsdagen met zijn allen naar het Gravensteen. Daar spraken de ’s Gravenmannen’ recht met de baljuw als voorzitter. Daartoe werd de ‘hoge vierschaar gespannen’ (de rechtbank bijeengeroepen). Kleinere misdrijven zoals diefstal werden behandeld door de burgemeester en schepenen. Daartoe werd in het stadhuis de vierschaar gespannen.
Op de eerste etage van het Gravensteen zaten de gevangenen opgesloten, Op de zolderverdieping werden vooral goederen opgeslagen die later verhandeld werden. De graaf hief namelijk niet alleen belasting in geld, er werd ook via goederen belasting betaald. Vanaf de zolder maar ook de kelder konden die goederen zo naar buiten gebracht worden om verscheept te worden. De schepen konden immers vlak voor het Gravensteen aanmeren. Onder in het Gravensteen vond het gilde van de zakkendragers, het Sint Jacobsgilde, onderdak. Vlak bij de werkplek zou je kunnen zeggen. De kelder functioneerde ook als werkruimte voor de scherprechter of beul die bekentenissen af kon dwingen. Het Gravensteen was met recht een multifunctioneel gebouw.
In 1923 sloot het Gravensteen als gevangenis haar deuren. Het gebouw heeft daarna nog diverse functies gehad waaronder opslagruimte, kantoor van de Belastingdienst, gebouw voor de scouting en als Maritiem Museum tot aan 2012 toen het museum haar deuren sloot. Er worden rondleidingen gegeven vanuit het Stadhuismuseum gevestigd in de Meelstraat. Het oude stadhuis van Zierikzee kunt u niet missen, vanaf het Havenplein is de prachtige toren met een gouden Neptunus als windvaan goed zien!
De muurankers van het Gravensteen van boven naar beneden: aan de nokgording de keizerskroon, daaronder aan de tweede gording het Bourgondische Kruis, daaronder aan de eerste gording de dubbelkoppige adelaar van de keizer van het Heilige Roomse Rijk. Op de begane grond en de eerste verdieping de Lelies van de Hertog van Bourgondië. Foto RCE gemaakt rond 1900.