Zierikzee ontwikkelde zich in de middeleeuwen tot een belangrijke handel- en havenstad. Graaf Willem II van Holland verleende de eerste stadsrechten ergens tussen 1217 en 1220. Die werden in 1248 uitgebreid. De graaf had een nieuw onderkomen en bestuurscentrum nodig in Zierikzee, de hoofdstad van Zeeland beoosten de Schelde. Het Gravenhof werd vermoedelijk in de tweede helft van de 13e eeuw gebouwd. Het kasteel fungeerde niet alleen als verdedigingsmiddel, maar bood ook onderdak aan de rechtbank. Het kasteel was groot genoeg om de hofhouding van de graaf onderdak te bieden. Het kasteel stond aan de westkant van de stad en had een belangrijke rol in de verdediging. Met de stadsrechten kreeg Zierikzee ook belangrijke privileges en aanzien. Zo kreeg de stad onder andere de mogelijkheid om zelf recht toe te passen.
Op de kaart van Zierikzee rond 1570 getekend, door van Beveren is de locatie van het Gravenhof (of eerste Gravensteen) aangeven. Het kasteel is dan al afgebroken en vervangen door het Gravensteen aan de Mol in het centrum van de stad. De Oude Haven van Zierikzee liep toen door langs de Mol tot aan de Dam.
...
In de eerste helft van de 14de eeuw werd het graafschap Zeeland gesplitst in twee administratieve eenheden: Bewesten en Beoosten Schelde, met als hoofdplaatsen respectievelijk Middelburg en Zierikzee. Het Gravenhof raakte in verval. In het begin van de 16e eeuw werden plannen gesmeed voor een nieuw huis van de Graaf. Dit tweede Gravensteen werd gebouwd op de plaats van de gevangenis aan de Mol. Het Gravenhof werd afgebroken. In 1991 werden hier de funderingen van een vroeg 14e-eeuwse toren aangetroffen en archeologische onderzoeken in latere jaren toonden een gracht, uitbraaksleuven en paalfunderingen aan.
De haven liep in de tijd rond 1526 door tot aan de Dam en de Schuithaven. Het water liep dus voor het Gravensteen langs en schepen konden er aanmeren. De getijdenhaven werd ook gebruikt als riool en om allerlei afval in te gooien. Dat spoelde dan naar zee.
Zierikzee was een handelscentrum en er kwamen veel schepen naar Zierikzee om te lossen en te laden. De waren die vanuit Zierikzee verhandeld werden waren onder andere gepekelde vis en zout maar ook stoffen zoals zeildoeken. Een bijzonder kostbaar product was meekrap dat ook wel het Rode Goud van Zeeland genoemd werd. Meekrap is een plant waarvan men van de wortels een rode kleurstof kon maken. Die kleurstof kon gebruikt worden in verf om bijvoorbeeld textiel te kleuren. De deur van het Gravensteen heeft de kleur van meekrap.
Rond 1600 was de getijdengeul de Gouwe, die Schouwen van Duiveland scheidde, verzand. Deze geul gaf toegang tot de haven en was heel belangrijk voor de handel en de scheepvaart. Daarom werd in 1596 gestart met het graven van het Havenkanaal van Zierikzee naar de Oosterschelde. De oude stadsmuur werd afgebroken en op de restanten werden de kades van de Nieuwe Haven aangelegd. Aan die kades die uiteraard nu gemoderniseerd zijn liggen vandaag de dag onder andere de mosselkotters en veel plezierjachten.
Kaart van Blaeu getekend in 1649. Het Havenkanaal is inmiddels aangelegd en de Oude Haven loopt nog langs het Gravensteen. Aan het eind van de Oude Haven is een sluisgebouw getekend. Bij laag water kon hier het polderwater door de Schuithaven worden gespuid.
Meer lezen over het Gravensteen? klik op de onderstaande pagina’s.